Artikel 67b - Persoonlijk keuzebudget (PKB)

1.  Met ingang van 1 januari 2018 wordt een Persoonlijk Keuzebudget (PKB) ingevoerd.

2.  De volgende arbeidsvoorwaarden worden ingebracht in het PKB:

  1. Twee (2) van de vier (4) bovenwettelijke vakantiedagen;
  2. De extra, boven de 24 per jaar, vakantiedagen op grond van leeftijd en/of dienstjaren.
  3. Desgewenst brutoloon.

3.  Het PKB wordt aan het begin van het kalenderjaar toegekend. De feitelijke opbouw vindt per betalingsperiode plaats.

4.  De waarde van een vrije dag is 8 x het van toepassing zijnde uurloon vermeerderd met de vakantietoeslag en (indien van toepassing) de ploegentoeslag en de persoonlijke toeslag.

5.  De werknemer kan per betalingsperiode keuzes maken met het tot dan toe opgebouwde saldo. Er kan gekozen worden voor geld, vrije tijd of scholing (zowel functiegericht als niet functiegericht). Als er gekozen wordt voor vrije tijd dan kan men maximaal 18 dagen aankopen.

6.  Een reeds ingeroosterde vrije dag, aangekocht vanuit het PKB zal in geval van ziekte weer toegevoegd  worden aan het PKB saldo.

7. Indien er geen keuzes worden gemaakt,blijft de opbouw per betalingsperiode doorlopen tot het einde van het kalenderjaar. Het resterende PKB-saldo inclusief de aangekochte doch niet opgenomen vakantiedagen worden aan het einde van het vakantiejaar volledig uitbetaald.